De wet voor de e-bike

e-bikeDe elektrische fiets wint in populariteit, maar de snelheid van de e-bike gaat gepaard met een hoog aantal ongevallen. Automobilisten en andere weggebruikers schatten vaak verkeerd in hoe vlug de fietser aangesneld komt, of fietsers zelf vergeten hoe snel ze gaan. Volgens de ANWB loopt de regelgeving door de nieuwigheid achter op de huidige situatie. Maar hoe zit het dan?

Rechten en plichten op de elektrische fiets

Een elektrische fiets is een fiets met trapondersteuning tot 25 km/u. Een fietser moet dus blijven trappen om vooruit te komen. Is dit niet het geval, dan betreft het een snor- of bromfiets. Hiervoor moet je een rijbewijs, verzekering en kenteken hebben, en in het tweede geval een helm. Ook wanneer de trapondersteuning doorgaat na 25 km/u wordt de fiets als snor- of bromfiets gezien.

Een ongeluk met een e-bike

Een elektrische fiets (dus die met trapondersteuning tot 25 km/u) is volgens de Wegenverkeerswet een normale fiets, en sinds augustus 2006 ben je niet meer verplicht om zo’n fiets te verzekeren. Deze Wegenverkeerswet zegt bovendien expliciet dat (ondanks dat dit met de Wet Aansprakelijkheid Motorvoertuigen anders opgevat zou kunnen worden) de elektrische fiets geen motorrijtuig is, wél een zwakke verkeersdeelnemer is, en dus net als de gewone fiets beschermd wordt door de wet.

Reviews are closed.